Medicijnen en de overgang: hoe veranderen doseringen?

Portret van Hendrik Jan de Vries, expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Hendrik Jan de Vries
Expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Chronische medicatie en dagelijks leven · 2026-02-15 · 5 min leestijd

De overgang. Het is een fase die elke vrouw op een andere manier beleeft.

De een zweert bij een wandeling in de natuur om de hormoonschommelingen te temmen, de ander staat elke ochtend met een warmtestoot op. Maar één ding is vaak onvermijdelijk: medicijnen. Of het nu gaat om de anticonceptiepil, antidepressiva of medicijnen voor een chronische aandoening zoals diabetes of schildklierproblemen – je lichaam verandert en daarmee verandert ook de werking van medicijnen.

In dit artikel duiken we in de wereld van doseringen en de overgang.

Want hoe zit dat nu precies?

Waarom verandert je lichaam in de overgang?

De overgang is een hormonaal feestje, maar dan zonder confetti. Je eierstokken produceren steeds minder oestrogeen en progesteron.

Deze hormonen beïnvloeden niet alleen je cyclus, maar ook je stofwisseling, je leverwerking en zelfs je vetverdeling.

Je lichaam wordt als het ware een andere fabriek. En in een andere fabriek werken machines soms net even anders. Medicijnen die je lichaam afbreekt (metaboliseert), kunnen hierdoor sneller of langzamer worden verwerkt. Het gevolg?

Een dosering die eerst perfect was, kan nu te hoog of te laag uitvallen. Neem je lever.

Die is je belangrijkste afvalverwerker. In de overgang verandert de doorbloeding van je lever en de activiteit van bepaalde enzymen. Medicijnen die via de lever worden afgebroken, kunnen hierdoor langer in je bloed blijven circuleren. Of juist sneller verdwijnen. Het is een complex samenspel, maar het kernidee is simpel: wat vroeger werkte, kan nu net iets anders uitpakken.

De anticonceptiepil: een klassieke verschuiving

Veel vrouwen in de overgang gebruiken nog steeds de anticonceptiepil. Niet alleen als anticonceptie, maar ook om hormoonschommelingen te temperen.

Maar de pil is niet meer wat het was. In de overgang dalen je eigen hormoonspiegels, terwijl de pil een vaste dosis hormonen blijft geven.

Dit kan leiden tot een disbalans. Je lichaam kan de kunstmatige hormonen minder goed verdragen, met name in de hogere leeftijdscategorie. De dosering van de pil wordt vaak aangepast wanneer je de overgang in gaat.

Veel artsen adviseren om over te stappen op een pil met een lagere dosis oestrogeen, of zelfs een oestrogeenvrije variant. Waarom? Omdat de risico’s op bijwerkingen, zoals trombose, toenemen naarmate je ouder wordt en je bloedvaten veranderen. Een merk als Diane-35, dat vaak wordt gebruikt bij acne, kan bijvoorbeeld te zwaar worden voor vrouwen die de overgang in gaan. Een lichter alternatief, zoals een pil met levonorgestrel, kan dan beter passen.

Het is een kwestie van afstemmen met je huisarts of gynaecoloog. Zij kijken naar je leeftijd, je gewicht en je algehele gezondheid.

Medicijnen voor de schildklier: een kwestie van precisie

De schildklier is een hormoonklier die gevoelig is voor veranderingen. In de overgang kan de schildklierfunctie schommelen.

Sommige vrouwen ontwikkelen een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie), anderen een te snel werkende (hyperthyreoïdie). De medicijnen hiervoor, zoals thyroxine (merknaam: Euthyrox), zijn extreem gevoelig voor dosering.

In de overgang kan je lichaam thyroxine anders opnemen. Vetweefsel verandert, je spijsvertering vertraagt soms, en je lever werkt anders. Dit betekent dat je dosering vaker gecontroleerd moet worden. Een te lage dosis geeft klachten als vermoeidheid en koude rillingen – klachten die ook bij de overgang horen.

Een te hoge dosis geeft hartkloppingen en nervositeit. Het is een dunne lijn.

Regelmatige bloedcontroles zijn essentieel. Je huisarts kan je TSH-waarden (een schildklierhormoon) meten en de dosering stapsgewijs aanpassen. Vertrouw niet blind op je oude recept; de overgang vraagt om maatwerk.

Antidepressiva en angstmedicatie: een gevoelige balans

Stemmingswisselingen en angstklachten komen vaak voor in de overgang. Sommige vrouwen starten met antidepressiva, zoals SSRI’s (bijvoorbeeld sertraline of citalopram).

Ook hier speelt de overgang een rol. Je stofwisseling verandert, waardoor deze medicijnen anders worden afgebroken.

Bij oudere vrouwen kan de afbraak van SSRI’s in de lever vertragen. Dit betekent dat een dosis die eerst goed werkte, nu te hoog kan zijn. Klachten zoals sufheid, misselijkheid of een verdoofd gevoel kunnen toenemen.

Aan de andere kant: door de hormoonschommelingen kunnen de klachten waarvoor de medicijnen werden voorgeschreven, verergeren. Inzicht in medicijnen tijdens de overgang is dan essentieel voor een juiste dosering. Soms is een lagere dosis voldoende, soms is een overstap naar een ander middel nodig. De keuze hangt af van je klachtenpatroon en je lichamelijke reactie. Het is een proces van proberen en bijstellen, altijd onder begeleiding van een psychiater of huisarts.

Chronische aandoeningen: diabetes en bloedverdunners

Vrouwen met een chronische aandoening zoals diabetes type 2 of een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, merken in de overgang dat hun medicatie moet worden bijgesteld. Bij diabetes speelt insulineresistentie een rol.

De overgang gaat vaak gepaard met een toename van buikvet, wat insulineresistentie verergert. Dit betekent dat de dosering van diabetesmedicijnen, zoals metformine, mogelijk moet worden verhoogd of aangevuld met andere middelen. Bloedverdunners, zoals acenocoumarol (merknaam: Sintrom), zijn ook gevoelig voor veranderingen.

De werking wordt beïnvloed door je leverfunctie en je dieet. In de overgang kan je lever anders reageren, waardoor de stollingstijd van je bloed verandert.

Regelmatige controles van je INR-waarde (een maat voor de stolling) zijn cruciaal. Een kleine verandering in dosering kan een groot effect hebben op het risico op bloedingen of trombose. Het is dus niet iets om licht op te vatten.

Wat kun je zelf doen?

Het is verleidelijk om je medicijnen zelf aan te passen, maar dat is nooit verstandig. De overgang is een complex proces en je lichaam reageert op manieren die je niet altijd direct ziet. Wat je wel kunt doen:

  • Houd een klachtenboek bij. Noteer hoe je je voelt, je slaap, je energie en eventuele bijwerkingen. Dit helpt je arts om de juiste aanpassingen te maken.
  • Weeg jezelf regelmatig. Gewichtsverandering beïnvloedt de dosering van veel medicijnen.
  • Vraag om controle. Vraag je huisarts om vaker je bloedwaarden te checken, zeker als je klachten verandert.
  • Overleg over alternatieven. Sommige medicijnen zijn beter geschikt voor vrouwen in de overgang dan andere. Bespreek opties.

Conclusie: De overgang vraagt om maatwerk

De overgang is geen ziekte, maar het verandert je lichaam wel. Medicijnen die je jarenlang zonder problemen hebt gebruikt, kunnen nu anders gaan werken.

Een dosering die eerst perfect was, kan nu te hoog of te laag zijn. Het is een fase van aanpassen, luisteren naar je lichaam en overleggen met je arts. Of het nu gaat om de pil, schildkliermedicijnen, antidepressiva of middelen voor een chronische aandoening – de sleutel is maatwerk.

Geen standaardrecept, maar een plan dat bij jou past. Want in de overgang verdien je niets minder dan de beste zorg.

Portret van Hendrik Jan de Vries, expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Over Hendrik Jan de Vries

Hendrik Jan is gespecialiseerd in het toegankelijk maken van overheidsinformatie voor het publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Chronische medicatie en dagelijks leven
Ga naar overzicht →