Vitamine K en bloedverdunners: wat je echt moet weten

Portret van Hendrik Jan de Vries, expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Hendrik Jan de Vries
Expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Medicijninteracties wat je moet weten · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je even voor: je slikt elke dag braaf je bloedverdunner, meestal is dat medicijn acenocoumarol (soms merknamen als Sintrom of Marevan). Je bloed is precies goed dun, je arts is tevreden.

En dan ineens eet je een mega-portie spinazie of een flinke bak boerenkool. Gebeurt er wat? Jazeker. En dat heeft alles te maken met vitamine K. Laten we dit even lekker helder uitleggen, zonder ingewikkeld geneuzel.

De basis: wat doen deze twee eigenlijk?

Om te begrijpen waarom ze elkaar in de haren zitten, moet je weten wat ze doen.

Het is een soort kat-en-muisspel in je bloedvaten. Als je een verhoogd risico op trombose of een longembolie hebt, krijg je vaak een vitamine K-antagonist. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat het medicijn de werking van vitamine K blokkeert.

De remmer: bloedverdunners (antistolling)

Je lichaam maakt namelijk van nature stollingsfactoren aan, en die hebben vitamine K nodig om te functioneren. Door die aanmaak te remmen, wordt je bloed dunner en stolt het minder snel.

De bekendste pil in Nederland hiervoor is acenocoumarol. Vitamine K is een vetoplosbare vitamine.

De bouwer: vitamine K

Je vindt hem vooral in groene bladgroenten. Denk aan spinazie, boerenkool, broccoli en spruitjes. De K staat overigens voor "Koagulation" (Duits voor stolling). Vitamine K zorgt ervoor dat je lever stollingseiwitten aanmaakt.

Zonder vitamine K bloed je bij een wondje namelijk veel sneller dood dan je zou willen. Het is dus essentieel voor je overleving.

Hoe werkt de wisselwerking nu precies?

Hier komt de clash. Je slikt een pilletje dat de aanmaak van stollingsfactoren remt, maar je eet voeding die de aanmaak juist stimuleert.

Het is een balans. Als je veel vitamine K binnenkrijgt via je eten, ga je de werking van je bloedverdunner (zoals Sintrom) tegenwerken. Je bloed wordt dan weer iets dikker, terwijl het juist dun moet blijven.

Artsen spreken in medische termen over een therapeutische index, maar voor jou betekent het dit: je INR-waarde (een maat voor de stollingstijd) schiet omhoog of omlaag afhankelijk van je groente-inname.

Je hoeft absoluut niet te stoppen met groente eten. Dat is een fabeltje. Maar je moet wel consistent zijn.

De gouden regel: consistentie is key

Het grootste gevaar zit 'm niet in een enkele bak spinazie, maar in schommelingen.

  • Eet je normaal gesproken elke week drie keer een flinke portie groene bladgroenten? Blijf dat doen.
  • Ben je normaal een aardappel-avondeter en eet je ineens elke dag een kilo boerenkool? Dan verander je de boel.

Je bloedverdunner is gevoelig voor veranderingen. Daarom geldt deze simpele vuistregel: Je lichaam went aan een bepaalde hoeveelheid vitamine K.

Zolang je die hoeveelheid redelijk constant houdt, kan je arts de dosis van je bloedverdunner daarop afstemmen. Het gaat mis als je van de een op de andere dag opeens tien keer zoveel vitamine K eet (of juist bijna niets).

Voedingsmiddelen waar je op moet letten

Niet alle voeding bevat even veel vitamine K. Sommige producten zijn echte kanonnen, andere vallen mee.

De groene kanonnen

De grootste boosdoeners (of beter gezegd: de grootste beïnvloeders) zijn: Dit betekent niet dat je deze nooit meer mag eten. Integendeel, ze zijn supergezond.

  • Boerenkool
  • Spinazie
  • Andijvie
  • Broccoli
  • Brussels spruitjes
  • Witte kool

Je moet alleen zorgen dat je porties ongeveer hetzelfde blijven. Vitamine K zit ook in minder opvallende dingen. Denk aan:

De verborgen bronnen

Let vooral op leverproducten. Die zitten vol vitamine K én vitamine A, en kunnen je waardes flink beïnvloeden.

  • Koffie (ja, een paar koppen per dag tellen mee)
  • Bepaalde kruiden zoals peterselie en basilicum
  • Noten en zaden
  • Leverproducten (leverkaas, leverworst)

Wat te doen bij dieetveranderingen?

Stel, je wilt afvallen en begint met een groene smoothie-dieet. Of je stopt plotseling met groente eten omdat je denkt dat het slecht is voor je bloedverdunners.

Doe dit niet zonder overleg. Als je je eetpatroon drastisch verandert, bel dan even je trombosedienst of arts.

Zij kunnen je waarschuwen dat je waarschijnlijk je dosis aanpast. Soms is een extra bloedcontrole nodig om te kijken waar je nu staat. Een handig hulpmiddel voor veel gebruikers van acenocoumarol is de INR-meter (een app van de trombosedienst). Daarmee houd je bij wat je eet en hoe je waardes reageren. Handig voor jezelf en voor je arts.

Alcohol en medicijnen: de boosdoeners

Naast voeding zijn er nog andere factoren die roet in het eten gooien.

Alcohol is er daar eentje van. Een glas wijn op zijn tijd is vaak niet het probleem, maar een avond flink doorzakken kan je stolling flink beïnvloeden. Alcohol remt de werking van vitamine K in je lever, waardoor je bloed sneller stolt (of juist niet, afhankelijk van de dosis en frequentie).

Ook bepaalde medicijnen werken in op vitamine K. Antibiotica kunnen bijvoorbeeld je darmflora verstoren, waardoor je minder vitamine K opneemt.

Pijnstillers zoals ibuprofen kunnen je maag irriteren en de opname beïnvloeden. Overleg altijd met je apotheker als je nieuwe medicijnen krijgt.

Praktische tips voor de dagelijkse praktijk

Hoe houd je het leuk en veilig? De sleutel is variatie.

1. Eet gevarieerd, niet extreem

Wissel je groene bladgroenten af met andere kleuren. Geen enkele dag is hetzelfde, maar je weekpatroon mag best stabiel zijn.

2. Let op bij ziekte

Als je ziek bent, eet je vaak minder. Of misschien eet je alleen maar crackers. Dit kan je INR-waarde beïnvloeden.

3. Supplementen zijn tricky

Geef dit door aan je trombosedienst. Neem geen multivitamines of vitaminepillen zonder overleg.

4. Vraag om hulp

Veel supplementen bevatten vitamine K, soms in onverwacht hoge doses. Check altijd het etiket. Lees hier wat je echt moet weten over de invloed op je antistolling. Bij twijfel: vraag ernaar.

Conclusie

Vitamine K en bloedverdunners kunnen prima samen, maar het is een balans. Je hoeft geen groente te mijden, maar je moet wel consistent zijn.

Eet je normaal gesproken elke dag een bak sla? Blijf dat doen.

Wissel je het af? Doe het rustig en meet je waardes. De moraal van het verhaal: je bent de baas over je eigen lijf, maar je bloedverdunner is een gevoelige partner.

Geef hem geen reden om op tilt te slaan. Blijf eten wat je lekker vindt, maar hou het stabiel. En bij twijfel: altijd even bellen met je zorgverlener. Veiligheid voor alles.

Portret van Hendrik Jan de Vries, expert in overheidscommunicatie en voorlichting
Over Hendrik Jan de Vries

Hendrik Jan is gespecialiseerd in het toegankelijk maken van overheidsinformatie voor het publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Medicijninteracties wat je moet weten
Ga naar overzicht →